Voor wie een CSA-tuin runt

CSA business plan: wat je uitgezocht wilt hebben voordat je begint

Geschreven door Brent van den Belt · · 5 minuten lezen

Een CSA business plan is het plan voor een tuin waarvan het hele inkomen binnenkomt voordat er iets rijp is. Dat maakt het een ander stuk werk dan een gewoon ondernemingsplan: de belangrijkste getallen zijn hier geen voorspelling die je gaandeweg bijstelt, maar keuzes die je in de winter maakt en die daarna een jaar lang vastliggen.

Wie erop zoekt, komt vooral bij Engelstalige sjablonen uit en bij een Canadese toezichthouder die toevallig dezelfde drie letters gebruikt. Het bruikbare deel zit niet in de vorm van het document maar in de vragen eronder, en vooral in welke van die vragen je later niet meer kunt terugdraaien.

Waarom een CSA business plan geen gewoon ondernemingsplan is

Een standaardplan gaat uit van een omzet per maand die je onderweg bijstuurt. Valt het in mei tegen, dan doe je in juni iets extra's. Die maand bestaat bij een tuin op abonnement niet. Er is één moment waarop iemand ja kan zeggen, en dat ligt voordat er iets rijp is.

Daarmee is je inkomen geen prognose maar de uitkomst van twee getallen die je zelf kiest: hoeveel plekken je aanbiedt en wat een plek kost. Alles wat een sjabloon in twaalf kolommen uitsmeert, wordt hier in een paar weken beslist.

Dat heeft één voordeel dat zelden zo wordt opgeschreven: je weet in maart wat het jaar gaat opleveren.

De vragen waar je een antwoord op moet hebben

Dit is de kern van het plan, en het zijn er zeven.

  1. Hoeveel plekken bied je aan? Niet hoeveel er op de grond passen, maar hoeveel er passen in de weken waarin alles tegelijk aandacht vraagt.
  2. Wat kost een plek jou per seizoen, voordat je bepaalt wat je ervoor vraagt? Reken je eigen uren mee, ook al betaal je jezelf ze niet uit.
  3. Hoeveel huishoudens wonen er binnen fietsafstand? Je leden komen elke week, dus wie te ver weg woont kan geen lid worden.
  4. Wanneer gaat de inschrijving open en wanneer sluit hij?
  5. Wat krijgt een lid precies, hoeveel weken duurt het seizoen en hoe vaak mag hij komen?
  6. Wat gebeurt er als iemand halverwege instapt of stopt, en wie rekent dat uit?
  7. Waar staat de ledenlijst, en wie houdt hem bij?

Alleen de eerste twee lijken op wat een sjabloon vraagt. De andere vijf bepalen of je in juli nog weet waar je aan toe bent. Hoeveel plekken je aanbiedt en waar dat aantal op stukloopt, staat bij het aantal plekken naast een bestaand bedrijf.

Drie beslissingen liggen vast zodra de inschrijving sluit

Wat je beslistWanneerWat het kost om er later op terug te komen
Het aantal plekkenIn de winter, voor de ronde opengaatErbij kan niet, want daar staat het gewas niet voor. Eraf kan niet, want dat geld is binnen en die mensen hebben hun zomer erop ingericht
Wat een plek kostHetzelfde momentEen verhoging halverwege raakt mensen die al betaald hebben
Wat een lid krijgt en hoeveel wekenHetzelfde momentJe verandert de afspraak van iedereen tegelijk, ook van wie er niets van merkt

Deze drie zijn de reden dat dit plan één deadline heeft in plaats van twaalf. Wat je erin zet, kun je een jaar lang alleen nog uitvoeren.

Daaruit volgt ook waar je je tijd het beste in stopt. Een week extra nadenken over het aantal plekken weegt zwaarder dan een maand extra werk in de zomer, want in de zomer ligt het jaar al vast.

Reken met leden en niet met een omzet

Een omzetprognose is hier een ledenprognose, en dat is geen woordspel. Elke lege plek is een heel seizoen dat niet meer terugkomt: in week twintig valt er niets meer te verkopen aan iemand die de eerste twintig weken niet meedeed.

Zet je begroting daarom op met het aantal leden als enige variabele, en reken twee standen door. De volle tuin, en het aantal waarbij het nog net uitkomt. Dat tweede getal is het belangrijkste van je hele plan, want het is de grens waaronder je iets moet doen, en het is het getal dat je in februari naast je lijst legt.

Wat een vast aantal vooruitbetaalde plekken verder met je rekenwerk doet, staat bij rekenen aan een tuin die vooruit betaald wordt.

Wat er niet in hoeft

Het teeltplan hoort er niet in. Dat is jouw vak, en bovendien hangt het aan een aantal monden dat pas vaststaat als de inschrijving gesloten is. Wat je erover richting je leden vertelt, staat bij wat je je leden over het teeltplan laat zien.

Een uitgebreide vergelijking met andere tuinen levert ook weinig op. Je leden moeten elke week kunnen komen, dus een tuin twee dorpen verderop deelt nauwelijks bereik met jou. Wat je van zo'n tuin overneemt is hooguit hoe zij hun ronde doen, niet hoeveel leden zij hebben.

En een financieringsaanvraag is bij dit model een aparte vraag, want het geld voor het seizoen komt van je leden en niet van een bank. Wat je vooraf ophaalt voor iets nieuws op de tuin, staat bij vooraf geld ophalen voor een plan.

Als je nog geen enkel lid hebt

Voor een tuin die nog moet beginnen verandert er aan deze zeven vragen niets. Alleen het zwaartepunt verschuift, want elk getal in je plan hangt dan aan een groep die er nog niet is en waar nog niemand over kan vertellen.

Dat is geen reden om het plan groter te maken. Het is wel de reden om het eerste jaar met een kleiner aantal plekken te beginnen dan je aankunt. Hoe je aan die eerste groep komt, staat bij je eerste leden als er nog niets staat, en wanneer in het jaar je wat doet bij de jaarcyclus van een tuin op abonnement.

Laat je seizoen eens zien

Wij bouwen software voor boerenbedrijven, en het deel dat we het liefst wegnemen is precies het deel dat in dit plan de vraagtekens oplevert: bijhouden wie er meedoet, wie er betaald heeft en wat er gebeurt als iemand halverwege instapt.

Ben je aan het uitzoeken of dit uitkomt, laat dan eens zien hoe je het voor je ziet. Hoe je de inschrijving wilt doen, hoe je wilt bijhouden wie er zijn, en hoe je je leden op de hoogte houdt. Je hoeft niets voor te bereiden en niets te kiezen: vertellen wat je van plan bent is genoeg. De winter, vóór de inschrijfronde, is daar het rustigste moment voor.