Een verdienmodel op abonnement betekent bij een zelfoogsttuin dat je inkomen uit een vast aantal plekken komt die vooraf voor een heel seizoen betalen. Je jaaromzet is daarmee het aantal plekken maal het bedrag per plek, en dat getal ligt vast zodra de inschrijving dicht is.
De som loopt daardoor andersom dan je gewend bent. Je begint niet bij een prijs die je vraagt, maar bij wat de tuin je een jaar kost en wat er voor jezelf over moet blijven. Dat bedrag gedeeld door het aantal plekken dat je aankunt, is wat één plek moet opbrengen.
En omdat vrijwel al die kosten er al zijn voordat de eerste plek vergeven is, kost een lege plek je geen marge maar het hele bedrag.
Reken eerst uit wat een plek in de tuin je per seizoen kost, voordat je bepaalt wat je ervoor vraagt. Dat is één optelling en één deling, en hij is de basis onder alles wat hierna komt.
De getallen hieronder zijn gekozen om de som te laten zien. Ze zijn geen gemiddelde van wat tuinen in Nederland vragen, want dat cijfer hebben wij niet nagekeken.
| Wat je invult | Voorbeeld |
|---|---|
| Wat de tuin je per jaar kost, alles bij elkaar | 20.000 euro |
| Wat er voor jezelf over moet blijven | 25.000 euro |
| Wat het seizoen dus moet opbrengen | 45.000 euro |
| Het aantal plekken dat je aankunt | 60 |
| Wat één plek moet opbrengen | 750 euro |
De onderste regel is je hele verdienmodel op één regel. Alles wat daarna gebeurt, gaat over de vraag of die zestig plekken ook echt vergeven raken.
Het aantal in de vierde regel is niet vrij te kiezen. Hoeveel plekken je aankunt hangt aan je week en niet aan je grond, en waar de ondergrens ligt staat op de pagina over hoeveel leden je minimaal nodig hebt.
Een lege plek is geen gemiste verkoop. De grond lag er al, het gewas stond er al, en het werk voor die plek was al gedaan toen bleek dat er niemand op zat.
| Plekken vergeven | Wat er binnenkomt | Wat de tuin kost | Wat er voor jou overblijft |
|---|---|---|---|
| 60 | 45.000 euro | 20.000 euro | 25.000 euro |
| 57 | 42.750 euro | 20.000 euro | 22.750 euro |
| 54 | 40.500 euro | 20.000 euro | 20.500 euro |
Drie lege plekken is vijf procent van wat er binnenkomt en negen procent van wat er voor jou overbleef. Bij zes lege plekken staat er tien procent tegenover achttien procent. Het verschil valt volledig aan jouw kant, want de kostenkolom beweegt niet mee.
Dat is de reden dat de weken rond de inschrijving zwaarder wegen dan welke oogstweek ook. In week twintig haal je die drie plekken niet meer in.
Bij een gewoon abonnement komt er elke maand iemand bij en gaat er elke maand iemand af. Loopt het in mei tegen, dan zie je dat in mei en heb je nog een half jaar om bij te sturen.
Bij jou bestaat die correctie niet. Er is één inschrijfmoment, daarna is het aantal een gegeven, en het gewas staat er voor een bekend aantal monden. Iemand die in juni opzegt, verandert je omzet van dat jaar niet, want dat geld is al binnen. Hij verandert je omzet van volgend jaar.
Daar zit meteen de tweede helft van het model. Wat je verkoopt is niet één seizoen maar een plek die zich elk voorjaar moet verlengen, en het verschil tussen een goed en een slecht jaar zit in hoeveel mensen dat uit zichzelf doen.
Wat je elke winter moet verkopen, is niet je hele tuin. Het is het deel dat niet verlengt. Dat getal bepaalt hoeveel avonden je aan werving kwijt bent, en het is het getal waar je zelf het meeste aan kunt doen.
| Van de 60 plekken verlengt | Dan moet je er nieuw verkopen |
|---|---|
| 57 | 3 |
| 51 | 9 |
| 45 | 15 |
| 36 | 24 |
Tussen de bovenste en de onderste regel zit geen verschil in tuin en geen verschil in prijs. Het verschil zit in wat er tussen maart en oktober is gebeurd, en dat is werk dat in de oogstmaanden valt en niet in de inschrijfweken.
De onderste regel is bovendien duurder dan hij eruitziet. Vierentwintig nieuwe leden vinden kost je een winter; drie erbij zoeken kost je een paar telefoontjes aan mensen die vorig jaar te laat waren.
Elk getal hierboven is een aanname totdat je het kunt nakijken. Hoeveel plekken zijn er vergeven, wie heeft er betaald, en wie heeft er alleen gezegd dat hij weer meedoet: dat zijn drie verschillende antwoorden, en ze staan zelden in dezelfde kolom.
Wij kijken bij dit soort systemen eerst naar wat er misgaat als iemand iets verkeerd invult of vergeet in te vullen. Bij een tuin die vooruit betaald wordt, zit dat gat op één plek: een lid staat als deelnemer in de lijst terwijl zijn betaling nooit is binnengekomen. Hij komt gewoon elke week oogsten, en in de tuin is er niets te zien.
Daarom zegt het aantal openstaande betalingen meer over je jaar dan welke andere regel ook. Het is het enige gat dat vanzelf groter wordt zolang niemand ernaar kijkt.
Eén bedrag per jaar per lid klinkt als weinig werk, en dat is het ook, één keer. Het werk zit in de rest van het jaar: bijhouden wie er betaald heeft, achter de paar mensen aan die het niet deden, en in februari weten wie er verlengt voordat je een plek aan iemand anders belooft.
Dat deel hoeft niet bij jou te liggen. Gaat het bedrag op de afgesproken dag vanzelf van de rekening af, dan hoef je niemand meer te herinneren en verdwijnt het rijtje openstaande betalingen als taak. Hoe dat werkt voor een tuin die met vaste plekken werkt, staat bij abonnementenbeheer voor zelfoogsttuinen.
Wat er daarna nog te verdelen valt, is het bedrag zelf. Eén binnenkomst moet twaalf maanden mee terwijl je uitgaven vooraan zitten, en hoe je dat verdeelt staat op de pagina over één keer geld binnen en twaalf maanden om ervan te leven.
Twijfel je of je som klopt, dan is de bruikbaarste vraag niet wat je vraagt per plek maar hoeveel plekken je vorig jaar echt vergeven had op het moment dat het seizoen begon. Dat verschil is bij de meeste tuinen groter dan gedacht.
Laat daarom eens zien hoe je seizoen loopt. Hoe je inschrijving gaat, hoe je bijhoudt wie er betaald heeft en hoe het weekbericht eruitgaat. Je hoeft niets voor te bereiden en niets te kiezen: vertellen hoe je het nu doet is genoeg. De winter, vóór de inschrijfronde, is daar het rustigste moment voor.