Voor wie een CSA-tuin runt

CSA-hoeve: waar de bovengrens van je ledenaantal ligt

Geschreven door Brent van den Belt · · 5 minuten lezen

Een CSA-hoeve is een boerderij waar een vaste groep mensen vooraf betaalt voor een heel seizoen en die oogst zelf komt halen. CSA staat voor community supported agriculture. Het woord hoeve klinkt groter dan tuin, en daarom is dit de plek om de bovengrens te bespreken: er is een aantal leden waarboven het niet meer werkt, en dat aantal zit niet in je grond.

Je bovengrens is het aantal mensen dat je nog bij naam kent. Daarboven blijft de tuin gewoon groeien en blijft het geld gewoon binnenkomen, maar verandert het werk van aard. Je gaat opzoeken wat je eerst wist.

Er is geen getal dat voor elke tuin geldt. Wie er een noemt, kent jouw week niet. Wat je wel kunt weten, is wanneer je erover heen bent, en dat merk je aan vier dingen.

Waarom de grond niet de grens is van een CSA-hoeve

Op vrijwel elke hoeve kan er nog een bed bij. Grond is zelden het eerste wat opraakt, zeker niet bij zelfoogst, waar het oogsten door de leden zelf gebeurt en dus niet op jouw uren drukt.

Wat wel opraakt is het deel dat in je hoofd zit. Je weet wie er vorige week niet is geweest. Je weet wie er in mei bij kwam en dus een half seizoen heeft. Je weet wie er nog moet betalen, en je weet ook dat je die persoon volgende week gewoon spreekt en het dan wel vraagt. Dat is geen slordige administratie. Dat is een ledenlijst die in een hoofd past, en zolang hij past is hij sneller en betrouwbaarder dan welk systeem ook.

De grens ligt op het punt waar hij er niet meer in past. Vanaf daar heb je voor elke vraag die je vroeger uit je hoofd beantwoordde een handeling nodig, en die handelingen komen er allemaal 's avonds bij.

Wat er verandert zodra je erover heen gaat

Het eerste wat verandert is de richting van het weekbericht. Bij een groep die je kent is dat een bericht aan bekenden. Daarboven wordt het een mededeling aan een lijst, en dan gaan mensen er anders op reageren, of niet meer.

Het tweede is het opzeggen. Een afspraak bindt zolang er een gezicht aan hangt. Zeggen bij jou meer mensen op dan vroeger, dan is de eerste vraag niet wat er aan de tuin mankeert maar of ze jou nog kennen. Dat is geen verwijt aan de leden en het is ook geen reden om kleiner te worden, maar het is wel de verklaring die je het snelst over het hoofd ziet.

Het derde is het geld. Openstaande betalingen loste je vroeger op door iemand aan te spreken. Boven je grens moet je ze eerst opzoeken, dan uitzoeken of het klopt, en dan iemand een bericht sturen die je niet kent. Wat vroeger een zin was, is nu een avond.

Het vierde is dat je het niet meer voelt aankomen. Bij een groep die je kent, weet je in januari ongeveer wie er terugkomt. Daarboven weet je het pas als de inschrijving loopt, en dan is het maart.

Hoe je merkt dat je erover heen zit

Vier signalen, en het zijn er vier die je zelf kunt nakijken zonder iets uit te rekenen.

  1. Je moet in je spreadsheet kijken om te weten of iemand lid is.
  2. Er lopen mensen op de tuin die je niet groet, omdat je niet zeker weet of ze erbij horen.
  3. Je weet in maart niet meer uit je hoofd hoeveel plekken er nog vrij zijn.
  4. Een opzegging komt als verrassing in plaats van als iets waarvan je het aan zag komen.

Herken je er één, dan zit je er waarschijnlijk tegenaan. Herken je er drie, dan zit je erover. Dat is geen ramp en het betekent niet dat er iets misgaat: het betekent dat het deel van je bedrijf dat op geheugen draaide, iets anders nodig heeft.

Wat je kunt doen als je erover zit

Bij een gewoon bedrijf is dit het moment waarop je iemand aanneemt. Bij jou niet. De extra handen op een zelfoogsttuin zijn meewerkende leden en vrijwilligers, en dat zijn dezelfde mensen die betalen. Je kunt ze veel vragen, maar niet om jouw ledenlijst bij te houden. Er blijven daarom drie wegen over.

De eerste is de grens accepteren en er blijven zitten. Je zet het aantal plekken vast op wat je nog kunt kennen en je houdt het daar. Dat is de goedkoopste van de drie en de enige die niets van je vraagt.

De tweede is het aantal loskoppelen van je geheugen. Alles wat je nu onthoudt over betalen, instappen en aanwezigheid gaat naar één plek die het voor je bijhoudt, zodat jouw hoofd weer vrij is voor de mensen zelf. Wat er dan precies aan werk verschuift, is een onderwerp op zich.

De derde is niet groter worden maar er iets naast zetten: twee kleine groepen in plaats van één grote, elk met een eigen ochtend. Dat lost het kennen op en het kost je alles dubbel. Die afweging staat naast de andere twee op de pagina over wat je doet als de tuin vol zit en er een wachtlijst is.

De grens is een keuze en geen tekortkoming

Een tuin met een bovengrens is niet een tuin die nog niet af is. Je bent deze kant van het boeren opgegaan omdat je het anders wilde doen dan de lange keten, en die keten kent geen bovengrens: daar is meer altijd beter. Bij jou is vol het doel en meer een bijverschijnsel.

Waar die grens bij jou ligt, hangt af van hoe de rest van je bedrijf eruitziet. Staat de tuin naast een winkel, een camping of vee, dan ligt hij lager dan bij iemand die alleen de tuin doet. Wat dat betekent voor hoeveel plekken je naast een bestaand bedrijf aanbiedt, staat op de pagina waar deze bij hoort.

Laat je seizoen eens zien

Denk je dat je tegen je grens aan zit, dan is de vraag welk deel van je werk aan het aantal hangt en welk deel niet. Dat is per tuin verschillend en het is in een half uur te zien.

Laat daarom eens zien hoe je seizoen loopt: hoe je inschrijving gaat, hoe je bijhoudt wie er zijn en hoe het weekbericht eruitgaat. Je hoeft niets voor te bereiden. De winter, vlak voor de inschrijfronde, is daar het rustigste moment voor.