Een CSA-tuinderij is een tuinderij waar een vaste groep mensen vooraf betaalt voor een heel seizoen en de oogst zelf van het land haalt. CSA staat voor community supported agriculture. Het aantal plekken dat je aanbiedt bepaalt daarbij niet zozeer hoeveel je teelt, maar hoe je week eruitziet.
Dat komt doordat het werk aan een zelfoogsttuin in twee delen uiteenvalt die zich verschillend gedragen. Het tuinwerk staat er hoe dan ook en wordt niet groter als er leden bij komen. Het bijhouden groeit wel mee, recht evenredig, en dat gebeurt niet op het land maar 's avonds.
Bij veertig leden merk je daar niets van. Bij tweehonderd is bijhouden wie wat betaald heeft en wie er nog niet is geweest een taak op zich geworden.
Met veertig leden weet je wie er meedoet. Je weet wie er in mei bij kwam, wie er vorige week niet was en wie er nog moet betalen. Je vraagt dat gewoon als je hem tegenkomt, en dan is het geregeld.
Dat is geen achterstand en geen slordigheid. Het is de snelste ledenadministratie die er bestaat, want er zit geen enkele handeling tussen de vraag en het antwoord. Een spreadsheet, een mailinglijst en een groepsapp die je zelf in elkaar hebt gezet, zijn op die schaal beter dan wat je ervoor terug kunt kopen.
Het punt is niet dat dat verkeerd is. Het punt is dat het meeschaalt tot een bepaald aantal en daarna niet meer, en dat de kanteling geleidelijk gaat.
Loop je seizoen langs en zet per taak op of hij groter wordt als er vijftig leden bij komen.
| Wat er elk seizoen gebeurt | Groeit mee met het aantal? |
|---|---|
| Het teeltplan maken | nee, dat doe je één keer |
| De tuin klaarleggen | nee |
| Het bord bijhouden met wat er open is | nee |
| Het weekbericht schrijven | nee, hetzelfde bericht voor veertig of voor tweehonderd |
| Oogsten | nee, dat doen de leden zelf |
| Inschrijvingen en verlengingen regelen | ja |
| Bijhouden wie betaald heeft | ja |
| Achter openstaande betalingen aan | ja, en harder dan evenredig |
| Uitrekenen wat het wordt als iemand halverwege in- of uitstapt | ja |
| Vragen beantwoorden die niet in het weekbericht stonden | ja |
Er zit een patroon in die tabel dat de moeite waard is om even hardop te zeggen. Alles wat meegroeit is administratie. Niets van wat meegroeit is tuinwerk. Het aantal plekken verandert dus niet je werk op het land, maar je avonden.
Die ene rij die harder dan evenredig groeit, verdient uitleg. Bij een kleine groep spreek je iemand aan. Bij een grote moet je eerst opzoeken wie het is, dan nakijken of het klopt, en dan een bericht sturen aan iemand die je niet goed kent. Hetzelfde werk kost per persoon meer tijd naarmate je er meer hebt.
Bij een gewoon bedrijf is dit het punt waarop iemand een kracht erbij neemt. Dat kan hier niet. De extra handen op een zelfoogsttuin zijn meewerkende leden en vrijwilligers, en dat zijn dezelfde mensen die betalen.
Die mensen kun je van alles vragen. Wieden, een werkochtend draaien, nieuwe leden wegwijs maken. Wat je ze niet kunt vragen is het bijhouden van wie er betaald heeft, want dat gaat over henzelf en over hun buren. De ledenlijst ís je bedrijf, en die blijft bij jou.
Daarom is de omvang van je tuin geen vraag over capaciteit maar over avonden. Het deel van het werk dat je kunt delen, groeit niet mee. Het deel dat meegroeit, kun je niet delen.
Er is geen week waarin het misgaat. Dat is precies het lastige eraan. Het is vijf minuten om iets op te zoeken, een kwartier om een betaling na te lopen, een avond in februari die uitloopt omdat de lijst van vorig jaar niet meer klopt.
Wat je wel kunt nakijken zijn de momenten waarop het merkbaar wordt. In februari, als je niet meer uit je hoofd weet hoeveel plekken er vrij zijn. In mei, als iemand instapt en je zelf gaat zitten rekenen. In juli, als je op het land staat en bedenkt dat er nog drie mensen open staan.
Herken je die drie, dan zit je voorbij het punt waarop je hoofd de administratie kon zijn. Dat zegt niets over hoe je het doet en alles over hoeveel leden je hebt. Waar die grens ongeveer ligt, staat op de pagina over het aantal mensen dat je nog bij naam kent.
Kleiner worden is een optie, maar het is zelden de eerste. Er zijn drie dingen die het werk terugbrengen zonder aan het aantal te komen.
Die derde is de belangrijkste en hij is het minst zichtbaar. Het grootste deel van een avond aan de ledenlijst gaat niet op aan beslissen maar aan uitzoeken hoe het ook alweer stond.
Deze pagina gaat over wat een aantal met je week doet. De vraag ervoor is welk aantal je kiest, en die hangt aan hoeveel er naast de rest van je bedrijf past. Dat staat op de pagina over hoeveel plekken je aanbiedt naast wat er al draait.
De vraag erna komt als de tuin vol zit en er mensen op een lijst staan. Dan is de keuze tussen uitbreiden, een tweede tuin of vol blijven, en de uitkomst hangt voor een groot deel af van wat er in deze tabel gebeurt. Die afweging staat op de pagina over wat je doet met een wachtlijst.
Wij bouwen software voor boerenbedrijven, en dit is precies het deel dat we het liefst wegnemen: het bijhouden dat met het aantal leden meegroeit. Terugkerende betalingen die vanzelf binnenkomen, een ledenlijst die klopt zonder dat je hem bijwerkt, en een weekbericht dat eruitgaat zonder dat je er 's avonds voor achter de computer kruipt.
Wil je weten waar dat bij jou zou schelen, laat dan eens zien hoe je seizoen loopt. Hoe je inschrijving gaat, hoe je bijhoudt wie er zijn en hoe het weekbericht eruitgaat. Je hoeft niets voor te bereiden en niets te kiezen: vertellen hoe je het nu doet is genoeg. De winter, vóór de inschrijfronde, is daar het rustigste moment voor.