Een csa family farm is een tuin op abonnement die door één gezin gedraaid wordt: er is geen personeel, en het bedrijf en het huishouden delen dezelfde mensen, hetzelfde erf en dezelfde week. CSA staat voor community supported agriculture, waarbij een vast aantal leden vooruitbetaalt voor een heel seizoen en daarna zelf komt oogsten.
Dat maakt drie dingen anders dan op een bedrijf waar het werk bij het hek ophoudt. Je leden lopen over het erf waar je woont. Het geld voor het hele jaar komt in één keer binnen en dat is meteen het huishoudgeld. En wat er over de leden bekend is, zit in het hoofd van een of twee mensen die verder ook alles samen doen.
De tuin is het grootste deel van de week open zonder dat jij erbij staat, en dat is de bedoeling: leden komen wanneer het hun uitkomt. Alleen is het erf ook de plek waar je woont. Dezelfde oprit, dezelfde schuur, en meestal maar één deur waar 's avonds licht achter brandt.
Wat dat werkbaar houdt is niet een hek maar wat de leden weten. Waar ze binnenkomen, welke dagen en uren de tuin open is, waar het gereedschap hangt en wat ze doen als er niemand te zien is. Hoe je dat regelt voor de dag zelf, staat bij hoe leden hun deel meenemen zonder dat jij erbij staat. Wat er verandert zodra er meerdere ophaalmomenten of ophaalplekken bij komen, staat bij de week rond de oogst.
Zet daar één ding bij wat op een ander bedrijf vanzelf spreekt: wanneer je niet aanspreekbaar bent. Wie op zondagavond langskomt voor een vergeten krop sla, ziet licht branden en klopt aan. Hij weet niet dat hij bij het avondeten staat, tenzij iemand het hem heeft verteld.
Op een gezinsbedrijf wordt de tuin meestal door twee mensen gedraaid, en de vragen komen bij allebei binnen. Een lid vraagt het aan wie hij tegenkomt. Sta ik nog op de wachtlijst, heb ik al betaald, mag ik volgende week iemand meenemen.
Zit de ledenlijst in één hoofd en één spreadsheet, dan is de helft van die vragen niet te beantwoorden op het moment dat ze gesteld worden. Het antwoord wordt "dat zoek ik vanavond even op", en zo groeit het avondwerk met elke vraag die iemand op het pad stelt.
Daarin verschilt een gezinsbedrijf van een tuin die door één iemand gedaan wordt. Wat je nodig hebt is niet meer functies, maar dat jullie allebei hetzelfde kunnen zien zonder het aan elkaar te hoeven vragen. Welk werk je daarnaast met meewerkende leden verdeelt en wat je nooit weggeeft, staat bij taken verdelen met de mensen die ook betalen.
Bij de meeste bedrijven komt het geld het jaar door binnen en valt er in de zomer nog bij te sturen. Bij een tuin op abonnement komt het vooraf binnen en daarna niet meer. Wat de inschrijfronde heeft opgeleverd, is wat het gezin dat jaar te besteden heeft.
Twee gevolgen komen op een gezinsbedrijf harder aan dan elders. Een plek die leeg blijft is geen gemiste verkoop maar een heel seizoen dat niet terugkomt, want in week twintig haal je hem niet in. En een vaste last per maand loopt bij jou tegen een inkomen dat tussentijds niet meebeweegt.
Dat bepaalt ook wat een plek moet opbrengen. Het bedrag moet twaalf maanden dekken en niet dertig oogstweken, dus ook de maanden waarin er niets van het land komt en er wel geleefd wordt. Hoe je rekent aan een vast aantal plekken dat vooruitbetaalt, staat bij het verdienmodel onder een abonnement.
Twee mensen die samen een bedrijf draaien zijn ook elkaars achtervang. Dat gaat goed tot degene die de administratie doet er een paar weken uit ligt. Het werk op het land vangt de ander meestal wel op, want dat is zichtbaar en het ligt buiten.
Het onzichtbare deel niet. Wie er nog moet betalen, wie zich vorige week heeft aangemeld, wie er op de wachtlijst staat, welke afspraak er met dat ene lid is gemaakt en wat er in het weekbericht hoort: dat staat zelden ergens waar een ander het kan vinden.
Daar is geen ingewikkelde oplossing voor nodig, wel een saaie. Alles wat het seizoen draagt, hoort te staan op een plek waar een tweede mens bij kan, ook als hij het zelf niet heeft bijgehouden. Een lijst die alleen leesbaar is voor degene die hem maakte, is een risico voor het huishouden en niet alleen voor de administratie.
Wat een gezinsbedrijf te bieden heeft, is dat de mensen die het werk doen ook de mensen zijn die je op de tuin ziet staan. Iemand die vooruitbetaalt voor een seizoen dat nog moet beginnen, doet dat op vertrouwen, en dat vertrouwen hangt aan een gezicht en niet aan een naam.
Daarom is werven bij zo'n tuin vooral persoonlijk werk: rondleiden, vertellen, en blijven staan als iemand bij het hek vragen heeft. Hoe je dat aanpakt, staat bij eropuit gaan en zelf het gesprek voeren.
De andere kant is dat het aan jullie vastzit. Het bijhouden en het versturen kun je laten doen, het gezicht niet. Dat is geen probleem dat om een oplossing vraagt, want het is precies waarvoor je leden betalen. Wat je er wel voor kunt doen, is zorgen dat het werk eromheen niet ook nog eens op diezelfde twee mensen neerkomt.
Wij bouwen software voor boerenbedrijven, met als doel dat er mínder achter de computer gebeurt en niet meer. Op een gezinsbedrijf zit het werk dat we het liefst wegnemen aan de keukentafel: bijhouden wie er meedoet, wie nog moet betalen en wie bericht moet krijgen. Wat je nu bijhoudt gaat mee, en het overzetten en instellen doen wij.
Wil je weten waar dat bij jou zou schelen, laat dan eens zien hoe je seizoen loopt. Hoe de inschrijving gaat, hoe je bijhoudt wie er zijn en hoe het weekbericht eruitgaat. Je hoeft niets voor te bereiden en niets te kiezen: vertellen hoe je het nu doet is genoeg. De winter, vóór de inschrijfronde, is daar het rustigste moment voor.