Wie zoekt op starting a csa farm komt uit bij stukken over grond, machines en gewassen. In Nederland beslist iets anders je eerste jaar. Een csa-tuin begint met leden en niet met een perceel, want het geld voor het seizoen komt binnen voordat er iets in de grond zit. CSA staat voor community supported agriculture, en het is voor een deel van de markt gewoon een ander woord voor zelfoogst.
Dat maakt het begin scheef. In november heb je een stuk land en een plan, en verder niets om te laten zien. In februari moet er een groep staan die daar een heel seizoen vooruit voor betaalt. Alles wat je in een derde jaar vanzelf hebt, moet je in dat eerste jaar zelf maken.
Elk volgend voorjaar begin je met mensen die er al zijn. Ze schrijven zich opnieuw in, ze nemen iemand mee, en ze vertellen aan een twijfelaar hoe het is om er in november nog heen te fietsen.
In je eerste jaar heb je niets van dat alles. Geen lid dat zijn buurvrouw meebrengt, geen wachtlijst uit vorig seizoen, geen tuin die er in juli goed bij ligt, en geen enkel mens die kan zeggen dat het klopt wat je vertelt.
Het tweede verschil zit aan de andere kant van de tafel. Bij een bestaande tuin betaalt iemand vooruit voor iets wat er staat. Bij jou betaalt hij vooruit voor iets wat er nog niet is, bij iemand die hij niet kent. Die stap zet vrijwel niemand op een folder.
Drie dingen, en ze zijn allemaal klein en dichtbij.
Sorteer daarna op afstand en niet op aantal. Je leden komen elke week, dus wie te ver weg woont kan geen lid worden, hoe enthousiast hij ook is.
Zeg dat het je eerste jaar is. Dat klinkt als een zwakte en het is het tegenovergestelde: het is de enige manier om de mensen te vinden die je in het eerste jaar nodig hebt.
Wie zich inschrijft bij een tuin die nog moet beginnen, doet dat om een andere reden dan wie zich in jaar vijf inschrijft. Hij wil erbij zijn als het begint, en hij vergeeft een mager eerste seizoen omdat hij wist dat het het eerste was. Wie in februari de indruk kreeg dat alles al draaide, doet dat niet.
Beloof daarom niets over de opbrengst en beloof wel wat je zeker weet: dat je het seizoen uitdient, hoeveel weken de tuin open is en hoe vaak ze mogen komen. Wat een lid precies koopt als hij vooruitbetaalt, staat op de pagina over vooruitbetalen en gedeeld risico. Waarom vertellen bij een tuin als deze iets anders is dan verkopen, staat bij wat marketing voor een csa-tuin inhoudt.
Naast je eigen kring is er nog een weg voor de mensen die actief zoeken: op de landelijke lijsten en kaarten komen te staan. Dat staat bij de netwerken en kaarten waar je tuin op kan staan, en wat zo iemand dan over je moet vinden bij wat een zoeker ziet die een tuin in de buurt zoekt.
Dit is het moment waarop het eerste jaar echt beslist wordt, en het is bijna nooit een wervingsvraag meer. Je hebt nog een paar weken en je moet kiezen. Wat je in elk geval niet doet, is de tuin voller rekenen dan hij is en hopen dat het in mei nog goedkomt: tussentijds instromen vult een halve inschrijving niet aan.
| Wat je kunt doen | Wat het je kost |
|---|---|
| De inschrijving langer openhouden en doorgaan met gesprekken | Je moet later beslissen voor hoeveel monden je dit jaar plant, en dat schuift al je werk in het voorjaar op. |
| Kleiner beginnen met de groep die er nu is | Minder geld dit jaar, maar een groep die compleet is en die volgend voorjaar de rest meebrengt. |
| Later in het seizoen mensen laten instappen voor het deel dat over is | Rekenwerk per persoon, en leden die op verschillende momenten begonnen zijn. |
De tweede rij is bij een eerste jaar meestal de verstandigste, en hij voelt het slechtst. Een volle kleine tuin levert je iets op wat een halfvolle grote tuin niet levert: mensen die het hele seizoen hebben meegemaakt en die het volgend jaar aan iemand anders kunnen uitleggen.
Je hebt nog geen ledenlijst, en dat is precies waarom het nu makkelijk is om er een te beginnen. Zet vanaf de eerste naam alles op één plek: wie het is, wanneer je hem sprak, waar hij vandaan komt, of hij betaald heeft. Een spreadsheet is prima, als het maar niet drie spreadsheets zijn.
Doe dat ook met de mensen die nee zeggen of die "volgend jaar misschien" zeggen. Dat is geen restgroep maar je startkapitaal voor het tweede voorjaar, en in november weet je nog wie het waren.
Vanaf mei komt er ander werk bij. Hoe leden hun deel meenemen zonder dat jij erbij staat, staat bij de oogstdag zelf. Welk werk je met meewerkende leden verdeelt, staat bij taken verdelen met de mensen die ook betalen. En hoe het jaar er van inschrijfronde tot afsluiting uitziet, staat bij de jaarcyclus van een csa-tuin.
Wij bouwen software voor boerenbedrijven, met als doel dat er mínder achter de computer gebeurt en niet meer. Bij een tuin die nog moet beginnen scheelt dat aan de voorkant: de inschrijving, de lijst en de berichten staan er al voordat de eerste naam binnenkomt. Dat opzetwerk doen wij, niet jij.
Ben je aan het beginnen, laat dan eens zien hoe je het eerste jaar voor je ziet. Hoe je de inschrijving wilt doen, hoe je bijhoudt wie er zijn en hoe je je leden op de hoogte houdt. Je hoeft niets voor te bereiden: vertellen wat je van plan bent is genoeg. Je spreekt daarbij ons zelf, de twee mensen die de software gebouwd hebben. De winter, vóór je eerste inschrijfronde, is het rustigste moment voor zo'n gesprek.