Een csa market garden is een kleine, intensief bewerkte groentetuin waarvan de oogst naar een vast aantal leden gaat dat vooraf voor het hele seizoen betaalt. Market garden is de Engelse term voor tuinderij op klein oppervlak met veel gewassen naast elkaar en veel handwerk; csa staat voor community supported agriculture. In het Nederlands zeg je gewoon tuinderij.
Wat die combinatie bijzonder maakt, is het aantal. Een klein oppervlak levert weinig plekken op, en weinig plekken betekent dat elke plek een groot deel van je jaar is. Bij vijfentwintig plekken is één opzegging vier procent van je seizoen.
Hoe je op dat oppervlak genoeg van de grond haalt, is jouw vak en niet het onderwerp van deze pagina. Het gaat hier over de andere kant: het aantal mensen dat ervan moet leven, en waarom die plekken allemaal vergeven moeten zijn.
Op een groot bedrijf zet de grond de grens. Er past zoveel op, dus er kan zoveel af, en het aantal volgt uit de oppervlakte. Bij een market garden werkt dat niet, want de opbrengst per vierkante meter komt uit handwerk en handwerk komt uit jouw week.
Daarmee verschuift de begrenzing van het perceel naar jezelf. Het aantal plekken dat je aanbiedt is geen uitkomst van een rekensom op oppervlakte maar een keuze over hoeveel mensen je een heel seizoen kunt bedienen zonder dat het je opeet.
Dat is ook waarom een aantal van een andere tuin overnemen hier zelden werkt. Je neemt dan hun grond, hun ligging en hun uren over in één getal, terwijl juist dat laatste bij een intensieve tuin het verschil maakt.
Hoe minder plekken je hebt, hoe zwaarder één naam weegt. Dat klinkt vanzelfsprekend en het verandert in de praktijk hoe je je jaar inricht.
| Aantal plekken | Wat één lege plek van je jaar is | Wat drie lege plekken van je jaar zijn |
|---|---|---|
| 25 | vier procent | twaalf procent |
| 60 | ruim anderhalf procent | vijf procent |
| 150 | minder dan één procent | twee procent |
Op een kleine tuin is een opzegging in maart dus geen incident maar een gat in je begroting. Op een grote verdwijnt hetzelfde voorval in de marge.
Wat die plekken in geld moeten opbrengen en wat er overblijft als er een paar leeg staan, staat op de pagina over rekenen aan een vast aantal plekken dat vooruit betaalt. Hier gaat het om wat het met je jaar doet: bij weinig plekken heb je geen ruimte om een tegenvaller uit te zitten.
Bij een kleine tuin komt het grootste deel van je jaar van mensen die er vorig seizoen ook waren. Verlengingen dragen je bedrijf; werving vult alleen de gaten die daarna nog openstaan.
Dat draait de volgorde om waarin de meeste tuinen erover nadenken. Twintig nieuwe leden zoeken voor een tuin van vijfentwintig plekken is elk voorjaar opnieuw een campagne. Twee zoeken is een paar telefoontjes.
Het werk dat verlengingen oplevert, gebeurt bovendien niet in de winter maar in juli. Iemand die het hele seizoen niets van je hoort en met een halfvolle tas naar huis loopt, schrijft zich niet opnieuw in en zegt er meestal niet bij waarom. Waar je nieuwe leden vandaan haalt voor de plekken die dan alsnog openstaan, staat op de pagina over eropuit gaan om leden te vinden.
Op een grote tuin is een wachtlijst prettig. Op een kleine is hij het enige wat een opzegging in maart nog kan repareren.
Het rekensommetje is kort. Zegt er iemand op en staat er niemand te wachten, dan blijft die plek het hele seizoen leeg. Staat er wel iemand, dan is dezelfde plek een week later weer vergeven en merk je er financieel niets van.
Daarvoor moet die lijst wel ergens staan waar je in februari bij kunt, met wie erop staat, sinds wanneer en of hij nog wil. Wat je met zo'n lijst doet als de tuin structureel vol zit, en waarom vol blijven een volwaardige keuze is, staat op de pagina over een volle tuin met een wachtlijst.
Bij weinig plekken ken je iedereen. Je weet wie er nieuw is, wie er vorige week niet was en wie er nog moet betalen, en dat weet je zonder ergens te kijken.
Dat is de snelste ledenadministratie die er bestaat. Verlenging is bij jou geen campagne maar een gesprek bij het hek, en dat gesprek voer je toch al terwijl je aan het werk bent.
Het houdt op te werken zodra de groep groter wordt dan wat je onthoudt. Waar dat kantelt en waarom het niet opvalt, staat op de pagina over wat het aantal leden met je week doet.
Klein heeft een bodem. Het werk dat er hoe dan ook is, het klaarleggen, het bord, het weekbericht, is even groot bij twintig leden als bij honderd, en dat deel moet uit een kleiner aantal mensen betaald worden.
Daaruit volgt één praktische regel voor wie twijfelt tussen twee aantallen: het lagere aantal is het risico en niet het hogere. Plekken erbij doen kan de volgende winter gewoon, plekken eraf halen niet, want dan stuur je mensen weg die al betaald hebben. Waar die ondergrens ongeveer ligt en hoe je hem voor je eigen tuin vindt, staat op de pagina over hoeveel leden je minimaal nodig hebt.
En wat er ook gebeurt, je kunt er maar één keer per jaar aan draaien. Vanaf het moment dat de inschrijving dichtgaat, ligt het aantal voor het hele seizoen vast.
Bij een kleine tuin zit de winst zelden in meer plekken. Hij zit in de plekken die je hebt, allemaal vergeven, en in leden die zich zonder aansporing opnieuw inschrijven.
Laat daarom eens zien hoe je seizoen loopt. Hoe je inschrijving gaat, hoe je bijhoudt wie er zijn en hoe het weekbericht eruitgaat. Je hoeft niets voor te bereiden en niets te kiezen: vertellen hoe je het nu doet is genoeg. De winter, vóór de inschrijfronde, is daar het rustigste moment voor.